In deze Vlaamse aflevering van Omgevingsmanagement, de podcast stelt professor Omgevingsrecht Sigrid de Bois van de Universiteit Antwerpen een vraag die veel projecten op scherp zet: wat als je te laat bent als je pas begint bij een conflict?
Ze schoof aan bij Annick Dirks voor een gesprek over een onderwerp dat steeds vaker opduikt in ruimtelijke projecten: omgevingsbemiddeling. En al snel blijkt dat dit veel verder gaat dan alleen een gesprek voeren met de omgeving.
Geboren uit crisis en klimaatdruk
Wat veel mensen volgens Sigrid niet weten, is dat omgevingsbemiddeling oorspronkelijk voortkomt uit internationaal onderzoek naar klimaatverandering. In landen zoals Canada en Nieuw-Zeeland ontstond de noodzaak om sneller en ingrijpender ruimtelijke keuzes te maken. Denk aan evacuaties, herinrichting van gebieden of herstel na extreem weer.
Daar liep men tegen iets aan wat ook in Nederland en Vlaanderen herkenbaar klinkt: traditionele procedures werkten niet meer goed bij complexe ruimtelijke conflicten. “Men stelde vast dat regelgeving eerder ging tegenwerken,” vertelt Sigrid. “Die systemen waren er niet op voorzien om met heel veel weerstand en conflicten om te gaan.” Vanuit die nood ontstond een nieuwe discipline: omgevingsbemiddeling.
Onafhankelijk, maar nooit neutraal
Een van de interessantste delen van het gesprek is het onderscheid dat Sigrid maakt tussen klassieke mediation en omgevingsbemiddeling. “Een omgevingsbemiddelaar is wat mij betreft bij voorkeur niet neutraal,” zegt ze. “Wel onafhankelijk, maar iemand die actief meedenkt en bijdraagt aan een oplossing.”
Dat is een belangrijk verschil. Waar een traditionele mediator afstand bewaart, mag een omgevingsbemiddelaar juist inhoudelijke kennis inzetten om partijen dichter bij elkaar te brengen. Niet door de regie over te nemen, maar door actief mee te denken.
Daarnaast begint het werk veel eerder. “Een omgevingsbemiddelaar werkt preventief,” legt Sigrid uit. “Je zou mogelijke conflicten eigenlijk al moeten identificeren op het moment dat er nog maar een voornemen is voor een project.” Daar zit volgens haar vaak het probleem. Veel organisaties schakelen pas hulp in wanneer het conflict al geëscaleerd is.
Weerstand wordt zelden uitgesproken
Tijdens het gesprek komt meerdere keren terug dat luisteren belangrijk is, maar niet voldoende. Volgens Sigrid draait goed omgevingsmanagement ook om begrijpen wat mensen juist niet uitspreken. Welke zorgen leven er onder de oppervlakte? Welke oude frustraties spelen nog mee?
Daarom hecht ze veel belang aan voorbereiding en deskresearch. Niet alleen kijken naar het project, maar ook naar de geschiedenis van een buurt, eerdere conflicten en het vertrouwen in overheid of ontwikkelaars. Een omgevingsbemiddelaar moet volgens haar begrijpen wat er al speelde voordat een project überhaupt werd aangekondigd.
En dat gaat soms verder terug dan veel organisaties beseffen. “Vaak leeft er een soort historisch trauma in een wijk,” zegt ze. “Mensen zeggen bijvoorbeeld: destijds hebben ze ook niet naar ons geluisterd. Waarom zouden ze dat nu wel doen?”
Waarom Sigrid het woord NIMBY wil schrappen
Sigrid is opvallend uitgesproken over de manier waarop weerstand soms wordt weggezet. “NIMBY is een term die ik liefst wil laten verdwijnen,” zegt ze. Volgens haar is het te makkelijk om weerstand af te doen als irrationeel gedrag. Zeker in dichtbevolkte regio’s zoals Vlaanderen of Nederland heeft elke ruimtelijke ingreep impact op iemands leefomgeving. “Mensen hebben hun levenskapitaal geïnvesteerd in een huis,” legt ze uit. “Als daar plots een grote ingreep bijkomt, dan is het logisch dat mensen reageren.”
De oplossing ligt volgens haar niet in harder communiceren of weerstand proberen weg te duwen, maar in actief zoeken naar oplossingen. Soms via ontwerpaanpassingen, soms via compensatie, soms simpelweg door mensen serieus te nemen.
De overheid aan tafel, niet aan het hoofd
Het gesprek raakt uiteindelijk aan een grotere vraag: hoe moet de overheid omgaan met ruimtelijke transities? Traditioneel bepaalt de overheid de regels en volgt daarna participatie, maar volgens Sigrid ontstaat er steeds meer behoefte aan een overheid die ook ruimte maakt voor dialoog en maatwerk. “Misschien is er ruimte voor een nieuw type overheid,” zegt ze, “die actief mee aan tafel gaat zitten om te kijken of je afspraken op maat kunt maken voor een project of wijk.”
Dat betekent niet dat regels verdwijnen. Daarom onderzoekt Sigrid ook hoe omgevingsbemiddeling juridisch goed ingebed kan worden, zonder dat overheden hun onafhankelijke positie verliezen.
“Wij leiden geen fixers op”
Wat duidelijk wordt, is dat omgevingsbemiddeling nog volop in ontwikkeling is. Daarom werkt Sigrid ook aan een ethische code voor het vak. Ze wil duidelijk onderscheid maken tussen een omgevingsbemiddelaar en wat zij “fixers” noemt: mensen die achter de schermen proberen te lobbyen voor een project. “Dat is niet waar wij voor opleiden,” zegt ze nadrukkelijk. Een goede omgevingsbemiddelaar zoekt volgens haar naar duurzame oplossingen, niet naar snelle deals.
Wie wacht op conflict, is al te laat
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste boodschap van deze aflevering. Veel weerstand ontstaat niet doordat mensen per definitie tegen verandering zijn, maar doordat ze zich niet gehoord voelen of pas laat betrokken worden. Omgevingsbemiddeling probeert precies dat te voorkomen.
Niet wachten tot de buurt ontploft. Niet pas handelen wanneer procedures vastlopen. Maar eerder beginnen met luisteren, onderzoeken en verbinden. Want als je ruimte wilt veranderen, moet je ook ruimte maken voor het gesprek.
Benieuwd naar het hele verhaal van Sigrid De Bois in gesprek met Annik Dirkx? Luister aflevering 62 van Omgevingsmanagement de Podcast via je favoriete platform:
